Stoornis (ookwel: Syndroom) van Asperger

Asperger wordt tot het autismespectrum gerekend. Onderscheidend voor Asperger is dat de taalontwikkeling normaal is, zij het dat het taalgebruik vaak ongewoon is. Belangrijke verschillen met klassiek autisme zijn de praktisch normale taalontwikkeling, de normale of zelfs hoge intelligentie (hoewel met opvallende plus- en minpunten) en de normale neiging contacten met anderen te leggen (hoewel dat doorgaans niet goed lukt). Het syndroom van Asperger wordt om deze redenen vaak tot het mildere eind van het autismespectrum gerekend. Vaak worden mensen met het syndroom van Asperger de tijd voor hun diagnose gewoon als een normaal persoon beschouwd, maar soms wel als iemand die wat wereldvreemd is, en op de een of andere manier om onverklaarbare redenen toch soms tegen bepaalde dingen aan kan lopen en/of (kleine) problemen heeft. Ze missen vaak net de ‘x-factor’ in vergelijking met het grootste gros van de mensen.

Kinderen met het syndroom van Asperger vallen soms ‘buiten de boot’ van het reguliere onderwijs, bijvoorbeeld door gebrekkig functioneren in de groep, specifieke problemen met een deel van de standaard lesstof, concentratiestoornissen en desinteresse. Vaak zijn de schoolprestaties goed of zelfs bovengemiddeld, maar is het sociale gedrag minder, waardoor de kinderen gepest kunnen worden.

Speciaal onderwijs (in Nederland) of buitengewoon onderwijs (in Belgie) kan dan door de meer individuele benadering een uitkomst zijn. Het onderwijs kan worden aangepast aan de specifieke talenten en zwakke kanten van de leerling, en er kan tijd worden besteed aan specifieke training voor het verbeteren van sociale vaardigheden.

Mensen met het syndroom van Asperger kunnen zich, net als mensen met andere autistische stoornissen, volledig van de buitenwereld afsluiten en zich intensief en langdurig bezighouden met de eigen interesses. Daarnaast zijn zij heel erg precies en perfectionistisch (soms tot in het extreme), wat in bepaalde beroepen een voordeel kan zijn. In combinatie met een uitzonderlijk talent (wat overigens op zich weinig met het syndroom van Asperger te maken heeft) kan deze preoccupatie leiden tot bijzondere prestaties.

Mensen met het syndroom van Asperger kunnen vaak moeilijk tussen de regels lezen binnen de sociale context. Ze beseffen vaak niet intuitief wat sociaal (en cultureel) aanvaard is, en vinden niet altijd de juiste toon of mimiek om hun eigen emotionele toestand te uiten. Ze zijn er vaak slecht in om letterlijke en figuurlijke taal uiteen te houden en om iemands lichaamstaal te lezen (met uitzondering van duidelijke lichaamstaal, zoals boos of blij kijken). Ze weten vaak ook niet wanneer ze aan het woord moeten/kunnen komen en wanneer niet. Metaforen zijn voor mensen met Asperger vaak moeilijker te begrijpen, terwijl hun eigen metaforen juist voor de omgeving onbegrijpelijk zijn. Als indirect gevolg daarvan hebben ze in mindere of meerdere mate last van gedachteblindheid, terwijl ze van de andere kant vaak met een origineel idee kunnen komen.

Deze beperkingen zijn door inzet van het verstand en oefening na loop van jaren vaak wel min of meer te compenseren. Gewoonlijk leert men gedurende zijn adolescentie gemakkelijker met mensen om te gaan. Ook het spelen met niet-letterlijk taalgebruik is te leren; in veel humoristen gaat Asperger verscholen.

Op lees- en schrijfvaardigheid presteren mensen met Asperger gemiddeld of bovengemiddeld. Wat sociale vaardigheden betreft loopt kennis meestal voorop op de sociale ontwikkeling, de praktische vaardigheden in de sociale omgang. Psychologen meten vaak een groot verschil tussen IQ (hoog) en EQ (laag). Meestal is het IQ (ver) boven het gemiddelde en is het EQ (ver) onder het gemiddelde. Ook is er tussen deze twee quotiënten vaak een soort jojo-effect, dat ook bij veel hoogbegaafden te zien is: zodra het IQ stijgt, gaat dit ten koste van het EQ en worden zodoende de sociale vaardigheden en emotionele ontwikkeling minder. Als de persoon zich minder concentreert op z’n intellect en intelligentie, kan dit soms juist weer gunstig werken op de sociaal-emotionele vaardigheden.

Kinderen en adolescenten met het syndroom van Asperger hebben doorgaans weinig geduld voor wat zich buiten hun interesses afspeelt. Op school worden ze gezien als hoogbegaafden, omdat ze duidelijk beter presteren dan hun leeftijdgenoten in hun interessegebieden maar daarbuiten sterk ongemotiveerd zijn. Bij een aanzienlijk deel van mensen met het syndroom van Asperger ligt het IQ ver boven het gemiddelde. Anderen daarentegen zijn niet meer dan gemiddeld begaafd, maar zijn hypergemotiveerd om de beste te zijn van de klas.

Iemand met het syndroom van Asperger heeft het soms moeilijk emoties van anderen te plaatsen, in het bijzonder de subtiele boodschappen door gelaatsuitdrukkingen, oogcontact en (intiem) lichamelijk contact.

Veel mensen met het syndroom van Asperger denken extreem visueel en concreet en zijn echte beelddenkers. Alles wat ze visueel waarnemen slaan ze soms bijna letterlijk als foto’s en video’s op en ook het ruimtelijk inzicht is soms zeer sterk ontwikkeld (wat wederom in een aantal beroepen een voordeel kan zijn).

Mensen met het syndroom van Asperger ervaren vaak problemen in de sociale relaties met leeftijdgenoten. In hun kindertijd zijn het dikwijls de ‘studiebollen zonder vrienden’, die vaak alleen spelen en weinig bezig zijn met vriendjes maken, of dit wel proberen, maar zonder resultaat. Ook worden ze in hun kindertijd en adolescentie vaak het lijdend voorwerp van menig plagerij en pesterij op school door hun afwijkend gedrag, taal, interesses en hun beperkte mogelijkheden om sociaal aangepast gedrag te vertonen, en niet of op onverwachte wijze op non-verbale signalen te reageren. Daarenboven nemen deze kinderen dingen vaak extreem letterlijk en hebben het moeilijk om sarcasme en cynisme op te pikken. Het kan ook zijn dat iemand met het syndroom van Asperger gelooft dat iemand niet serieus bezig was, terwijl dat net wel zo bedoeld was (of andersom, dat ze denken dat een grap serieus bedoeld was). Kinderen met het syndroom van Asperger zijn, in tegenstelling tot andere kinderen uit het autismespectrum, aanvankelijk heel actief sociaal zoekend. Naarmate hun beperkte sociale vaardigheden hun tegenslagen opleveren, zullen ze zich terugtrekken en uiteindelijk mogelijk antisociaal gedrag vertonen. Veel mensen met het syndroom van Asperger hebben een extreem moreel gevoel, en zullen minder snel geneigd zijn om dingen te doen die niet mogen en juist wel respect hebben voor gezaghebbenden zoals leraren en directie. Het komt vaak voor dat ze een ‘voorbeeldleerling’ zijn omdat ze zich (meer dan anderen) aan de regels houden en goede resultaten halen.